To France

De avond ervoor zijn de meeste tassen al ingepakt en achterin de auto gezet. ‘s Ochtends is er nog een zondags ontbijtje en gaan de tassen met gadgets ook in de auto. We kunnen op weg naar Saint-Arnoult alwaar mijn lief via AirBNB een slaapplaats heeft geregeld.

Het is vijf á zes uur rijden, maar omdat we in de ‘kleine’ samenstelling zijn, passen we in een enkele auto en kunnen we het rijden afwisselen. Op de achterbank onze twee dochters, uitgerust met iPad en oordopjes. De dataroaming zorgt ervoor dat onze jongste makkelijk tot de ‘Pont de Normandie’ haar Netflix filmpjes kan blijven streamen. Ik ben zo blij met dit soort technologie. Geen onvertogen of verveeld woord van de achterbank, de hele weg lang.

Aangekomen bij de camping waar we een stacaravan gehuurd hebben, proberen we contact te krijgen met Jean-Luc die ons de plek zal wijzen. Mijn lief haar Frans is gelukkig iets beter dan het mijne, maar alsnog kunnen we maar een deel volgen van wat hij te vertellen heeft 😆. We zijn in ieder aangemeld bij de camping en hebben de sleutel van een wat gedateerde, maar verder prima bruikbare, stacaravan.

Via Apple Maps vind ik een supermarkt die open is op zondag. Als we deze opzoeken in Deaville blijkt parkeren in die plaats schier onmogelijk. Na een paar rondjes vinden we het mooi geweest. We rijden naar een fastfood restaurant en nemen ons voor op maandag bij een Supermarché echt boodschappen te doen.

In de avond plannen we in grote lijnen de dagtrips. Iets met D-Day, een dagje Honfleur en er is die rots in zee waar ik de naam nu even niet meer van weet. Dan hebben we nog een dagje over. Zien we dan wel zeggen we hier.